ECLI:NL:RBDHA:2022:14950
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf meerderjarig kind bij vader op grond van artikel 8 EVRM
Eiser, een meerderjarige Turkse nationaliteit dragende jongvolwassene, vroeg om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland bij zijn vader, die de Nederlandse nationaliteit bezit. De aanvraag werd door verweerder afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser stelde dat er sprake was van een beschermenswaardig gezins- en familieleven als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro en dat verweerder ten onrechte het middelenvereiste had vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder eiser en zijn vader voldoende gelegenheid had gegeven om het gezins- en familieleven aannemelijk te maken, onder meer door het verzoek om nadere informatie en het plannen van een hoorzitting. Echter maakte eiser en zijn vader onvoldoende gebruik van deze gelegenheid, onder andere doordat de vader de hoorzitting afmeldde zonder een nieuwe datum te verzoeken.
Daarmee was onvoldoende aannemelijk dat er een beschermenswaardig gezins- en familieleven bestond tussen eiser en zijn vader. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en hoefde geen proceskosten toe te wijzen. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Nooijen op 13 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat er een beschermenswaardig gezins- en familieleven bestaat tussen eiser en zijn vader.