ECLI:NL:RBDHA:2022:14954
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitstel van vertrek wegens medische redenen bij vreemdeling
Eiser verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege ernstige medische aandoeningen waaronder darmkanker, epilepsie en hydrocephalus. Verweerder wees dit verzoek af na advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat concludeerde dat de benodigde zorg in Marokko aanwezig is en dat eiser onder begeleiding kan reizen.
Eiser voerde aan dat het BMA-advies niet zorgvuldig was en dat de zorg in Marokko niet toegankelijk of betaalbaar zou zijn, onderbouwd met medische verklaringen en financiële documenten. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich voldoende had verzekerd van de zorgvuldigheid van het BMA-advies en dat de aanvullende stukken pas in beroep waren overgelegd, waardoor deze het advies niet ondermijnen.
De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende had aangetoond dat de zorg in Marokko niet toegankelijk is, mede omdat financiële ondersteuning van familie ook in Marokko kan worden voortgezet. De eerdere jurisprudentie waarop eiser zich beroept, betrof een andere situatie met onbeschikbare pijnbestrijding en was daarom niet vergelijkbaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid van een nieuwe aanvraag met een nieuw BMA-advies, waarin de recente medische stukken kunnen worden betrokken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.