ECLI:NL:RBDHA:2022:14961

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 oktober 2022
Publicatiedatum
26 januari 2023
Zaaknummer
NL22.18165
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en indirect refoulement

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft vastgesteld dat Duitsland op 25 april 2022 een claimakkoord heeft verstuurd waarin deze verantwoordelijkheid wordt bevestigd.

Eiser betoogde dat het claimakkoord ontbrak in het dossier en dat er sprake zou zijn van indirect refoulement indien hij aan Duitsland wordt overgedragen, omdat hem in Duitsland zou zijn medegedeeld dat hij naar Sierra Leone wordt uitgezet, waar hij vreest voor zijn leven vanwege problemen met zijn stam.

De rechtbank oordeelde dat het claimakkoord wel degelijk aanwezig was en dat eiser geen concrete omstandigheden had aangevoerd die de verantwoordelijkheid van Duitsland zouden betwisten. Tevens concludeerde de rechtbank dat de enkele verklaring van eiser onvoldoende is om een risico op indirect refoulement aan te nemen, mede omdat Duitsland de asielaanvraag in lijn met Europese richtlijnen zal behandelen.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.18165
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. C.M. Suurmeijer-Wawoe), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.18166, op 11 oktober 2022 op zitting behandeld. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Overwegingen

1. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen.1 De reden daarvoor is dat volgens verweerder op grond van de Dublinverordening2 Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. In dit geval heeft verweerder een terugnameverzoek aan Duitsland verstuurd. Duitsland heeft dit verzoek geaccepteerd.
Verantwoordelijkheid van Duitsland
2. Eiser stelt dat er ten tijde van het schrijven van de zienswijze geen claimakkoord in het dossier was opgenomen, hierdoor was de verantwoordelijkheid van Duitsland niet onderbouwd.
1. Artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingwet 2000 (Vw).
2 Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013.
3. De rechtbank oordeelt dat voor zover eiser de verantwoordelijkheid van Duitsland voor de behandeling van zijn asielaanvraag ter discussie stelt, vast staat dat Duitsland op 25 april 2022 een claimakkoord heeft verstuurd. Uit het claimakkoord blijkt niet van omstandigheden waaruit zou moeten blijken dat niet van dit akkoord uitgegaan zou kunnen worden. Verder zijn door eiser ook geen omstandigheden aangevoerd op basis waarvan de
verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser anders zou liggen. De beroepsgrond slaagt niet.
Indirect refoulement
4. Eiser stelt dat sprake zal zijn van indirect réfoulement als hij wordt overgedragen aan Duitsland. Hij heeft in het aanmeldgehoor van 11 april 2022 gezegd dat hem in Duitsland is medegedeeld dat hij zal worden uitgezet naar Sierra Leone. Eiser heeft problemen met zijn stam en vreest daarom voor zijn leven in Sierra Leone.
5. De rechtbank oordeelt als volgt. Duitsland heeft het verzoek van Nederland om eiser terug te nemen geaccepteerd. Hiermee garandeert Duitsland dat de asielaanvraag van eiser in behandeling zal worden genomen in lijn met de verschillende Europese richtlijnen en internationale verdragen op het gebied van asielrecht. Dit houdt ook in dat Duitsland ervoor moet zorgen dat een eventuele uitzetting niet in strijd zal zijn met het verbod van réfoulement. Dat eiser in het aanmeldgehoor heeft verklaard dat in Duitsland tegen hem is gezegd dat hij zal worden uitgezet naar Sierra Leone heeft hij op geen enkele wijze onderbouwd dan wel verduidelijkt. Uit deze enkele verklaring blijkt niet dat er sprake is van een risico op indirect réfoulement. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Mulder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
13 oktober 2022

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.