ECLI:NL:RBDHA:2022:14961
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en indirect refoulement
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft vastgesteld dat Duitsland op 25 april 2022 een claimakkoord heeft verstuurd waarin deze verantwoordelijkheid wordt bevestigd.
Eiser betoogde dat het claimakkoord ontbrak in het dossier en dat er sprake zou zijn van indirect refoulement indien hij aan Duitsland wordt overgedragen, omdat hem in Duitsland zou zijn medegedeeld dat hij naar Sierra Leone wordt uitgezet, waar hij vreest voor zijn leven vanwege problemen met zijn stam.
De rechtbank oordeelde dat het claimakkoord wel degelijk aanwezig was en dat eiser geen concrete omstandigheden had aangevoerd die de verantwoordelijkheid van Duitsland zouden betwisten. Tevens concludeerde de rechtbank dat de enkele verklaring van eiser onvoldoende is om een risico op indirect refoulement aan te nemen, mede omdat Duitsland de asielaanvraag in lijn met Europese richtlijnen zal behandelen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.