ECLI:NL:RBDHA:2022:14966
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling. Verweerder heeft een terugnameverzoek naar België gestuurd, dat is geaccepteerd.
Eiser stelt dat hij niet wil worden overgedragen aan België vanwege een artikel in de Volkskrant van 24 juni 2022, waarin wordt gesteld dat de opvangsituatie voor asielzoekers in België ernstig verslechterd is en dat er een reëel gevaar is op onmenselijke behandeling. De rechtbank overweegt dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat dit niet geldt.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast. Het aangehaalde artikel is te algemeen en wordt niet ondersteund door actuele bronnen. Bovendien blijkt uit het artikel dat klachten bij de Belgische rechter zinvol zijn. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter L.A. Banga en griffier E. Mulder op 13 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.