ECLI:NL:RBDHA:2022:14973
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Verweerder heeft een overnameverzoek naar Italië gestuurd, dat niet tijdig werd geaccepteerd, waardoor de verantwoordelijkheid van Italië vaststaat.
Eisers voerden aan dat terugkeer naar Italië zou leiden tot onmenselijke of vernederende behandeling en dat er sprake is van systematische tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure en opvang, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. Daarnaast stelden zij dat familieleden in Nederland wonen, wat een reden zou zijn om de asielaanvraag in Nederland te behandelen.
De rechtbank overweegt dat verweerder in het algemeen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat dit in hun geval niet geldt. Er is geen bewijs overlegd dat de Italiaanse procedure ontoereikend is voor hen persoonlijk. Ook zijn de omstandigheden van familieleden in Nederland niet bijzonder genoeg om de overdracht op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening te weigeren.
De beroepen worden daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter L.A. Banga en griffier E. Mulder op 13 oktober 2022.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard en de overdracht aan Italië bevestigd.