ECLI:NL:RBDHA:2022:14978
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onrechtmatige binnenkomst en onvoldoende risico op vervolging in Colombia
Eiseres, een Colombiaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege meerdere incidenten van seksueel geweld en intimidatie in Colombia, waaronder een verkrachting in 2017. Zij vreesde bij terugkeer opnieuw slachtoffer te worden van seksueel geweld en stelde dat zij vanwege haar traumatische ervaringen en het ontbreken van adequate bescherming in Colombia een reëel risico liep op ernstige schade.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij persoonlijk een reëel risico liep op ernstige schade bij terugkeer. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat het landgebonden beleid voor Colombia geen aanwijzingen bevat voor een verhoogd risico op groepsvervolging of bijzondere bescherming van vrouwen die slachtoffer zijn van seksueel geweld.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiseres Nederland onrechtmatig was binnengekomen met een visum voor kort verblijf terwijl zij direct asiel aanvroeg, en dat zij niet zo snel als mogelijk haar asielverzoek had ingediend. De beroepsgrond dat verweerder had moeten afwijken van het beleid op grond van het traumatabeleid werd verworpen omdat het trauma niet door de autoriteiten van het land van herkomst was veroorzaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag wegens onrechtmatige binnenkomst en onvoldoende aannemelijk gemaakte persoonlijke vervolgingsdreiging.