ECLI:NL:RBDHA:2022:14993
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Roemenië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Roemenië volgens de Dublinverordening.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 11 oktober 2022 behandeld, waarbij verzoeker werd vertegenwoordigd en verweerder niet aanwezig was.
De voorzieningenrechter overweegt dat vanwege de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.18293) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter mr. L.A. Banga en griffier mr. E. Mulder, en is uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2022. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.