ECLI:NL:RBDHA:2022:14998
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding wegens te late beslissing op asielaanvraag
Verzoeker diende op 29 juli 2020 een opvolgende asielaanvraag in. Na het niet tijdig beslissen op deze aanvraag stelde verzoeker op 3 augustus 2021 beroep in. De rechtbank oordeelde op 21 november 2021 dat verweerder binnen acht weken moest beslissen, maar verweerder nam pas op 5 maart 2022 een besluit, wat te laat was.
Verzoeker trok daarop zijn beroep in en verzocht de rechtbank de proceskosten aan hem toe te kennen. Verweerder stelde dat het beroep prematuur was vanwege een besluitmoratorium en dat hij geen proceskosten hoefde te vergoeden. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder niet in verzet was gegaan tegen de eerdere uitspraak, waardoor deze in rechte vaststond en de beslistermijn niet mocht worden verlengd.
De rechtbank veroordeelde verweerder daarom tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten van €379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter B. Fijnheer op 13 oktober 2022.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten wegens te late beslissing op de asielaanvraag.