ECLI:NL:RBDHA:2022:15010
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
Eiser voert aan dat hij psychische problemen heeft, waaronder schizofrenie, en dat overdracht aan Duitsland een schending van artikel 3 EVRM Pro kan opleveren. De rechtbank overweegt dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht aannemen dat eiser in Duitsland adequaat medisch behandeld kan worden. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat dit niet het geval is.
Daarnaast stelt eiser dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden vanwege bijzondere omstandigheden. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van onevenredige hardheid die toepassing van artikel 17 rechtvaardigt Pro.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier M.A.W.M. Engels op 27 september 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot behandeling van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.