ECLI:NL:RBDHA:2022:15014
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en minderjarigheid
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelt dat hij minderjarig is en vreest dat Italië hem geen adequate opvang zal bieden, mede vanwege zijn psychische klachten en zwakke gezondheid.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt tussen Nederland en Italië, waarbij Nederland mag uitgaan van een zorgvuldige registratie en adequate opvang in Italië. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat de geboortedatum onjuist is of dat de situatie in Italië zodanig is dat het vertrouwensbeginsel niet meer geldt. De door eiser overgelegde documenten zijn onvoldoende betrouwbaar bevonden.
Ook de vrees van eiser voor indirect refoulement wordt niet gegrond verklaard, aangezien de rechtbank ervan uitgaat dat Italië zich houdt aan internationale verdragen. De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder zijn dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vereist is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.