ECLI:NL:RBDHA:2022:15030
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-Polen
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag volgens het Dublin-verdrag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 20 september 2022 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals een tolk.
Op 5 oktober 2022 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat vanwege de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.17907) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.