ECLI:NL:RBDHA:2022:15032
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument duurzaam verblijf en oplegging inreisverbod op grond van het Terugtrekkingsakkoord EU-VK
Eiser, een Britse onderdaan, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument voor duurzaam verblijf op grond van het Terugtrekkingsakkoord EU-VK. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij vijf jaar ononderbroken en rechtmatig in Nederland heeft verbleven. Daarnaast is aan eiser een inreisverbod voor de duur van één jaar opgelegd wegens het overschrijden van de vertrektermijn.
Eiser voerde aan dat hij wel degelijk onafgebroken verblijf heeft gehad en dat het arrest van het Hof van Justitie (ZK-arrest) op hem van toepassing is. De rechtbank oordeelt echter dat dit arrest inhoudelijk verschilt en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van het vereiste verblijf en rechtmatig verblijf. De door eiser overgelegde documenten tonen slechts korte verblijven aan en zijn onvoldoende om het vereiste vijfjarige onafgebroken verblijf aan te tonen.
Verder stelt eiser dat het inreisverbod onterecht is opgelegd omdat het primaire besluit niet rechtsgeldig bekend is gemaakt. De rechtbank volgt dit niet en stelt vast dat de vertrektermijn op het moment van het opleggen van het inreisverbod was verstreken. De rechtbank oordeelt ook dat verweerder de hoorplicht niet heeft geschonden omdat eiser op geen enkel moment de gevraagde bewijsstukken heeft overgelegd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod van één jaar wordt bevestigd.