ECLI:NL:RBDHA:2022:15034

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 oktober 2022
Publicatiedatum
30 januari 2023
Zaaknummer
NL21.11009 en NL22.14082
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking asielbesluiten wegens bestuurlijke lus

Eiser diende beroep in tegen twee besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn asielaanvraag werd afgewezen. Het eerste besluit dateerde van 11 juni 2021 en het tweede van 24 juni 2022. Beide besluiten zijn later ingetrokken door verweerder. Eiser trok daarop zijn beroepen in en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat het tweede besluit een aanvullend besluit was dat onderdeel uitmaakte van het eerste besluit. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep tegen het eerste besluit mede betrekking op het tweede besluit, zodat een tweede beroep niet nodig was. Daarom wees de rechtbank het verzoek om twee procespunten af, maar kende wel 1,5 procespunt toe vanwege de nieuwe besluitvorming over een wezenlijk onderdeel van de asielaanvraag.

De rechtbank stelde de proceskosten vast op €1.138,50, gebaseerd op 1,5 procespunt met een waarde van €759 per punt en een wegingsfactor van 1. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 26 oktober 2022.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €1.138,50 aan proceskosten aan eiser.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL21.11009 en NL22.14082
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. C.G.J.M. Lucassen), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: A. de Graaf).

Inleiding en procesverloop

Bij besluit van 11 juni 2021 (besluit 1) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser van 9 januari 2020 afgewezen. Eiser heeft hiertegen beroep ingediend. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL21.11009.
De behandeling van het beroep met zaaknummer NL21.11009 is aangehouden, omdat verweerder eiser aanvullend wilde horen. Bij besluit van 24 juni 2022 (besluit 2) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser van 9 januari 2020 afgewezen. Eiser heeft hiertegen beroep ingediend. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL22.14082.
Bij brief van 27 september 2022 heeft verweerder beide besluiten ingetrokken. Bij brief van 28 september 2022 heeft eiser zijn beroepen ingetrokken.
Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiser om vergoeding van zijn proceskosten.

Overwegingen

1. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
2. Eiser heeft bij brief van 28 september 2022 primair verzocht om toekenning van een bedrag van € 1.518,- (2 punten) aan proceskosten, omdat volgens eiser sprake is van twee besluiten. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat sprake is van één besluit, dan verzoekt
eiser subsidiair om toekenning van een bedrag van € 1.138,- (1,5 punt) aan proceskosten. Het tweede beroep moet dan worden aangemerkt als een zienswijze na bestuurlijke lus.
3. Verweerder heeft bij brief van 3 oktober 2022 gereageerd op het verzoek van eiser. Verweerder stelt zich op het standpunt dat sprake is van één besluit, nu besluit 2 een aanvullend besluit is dat onderdeel is van besluit 1. Op grond van artikel 6:19 van Pro de Awb had het beroep van eiser tegen besluit 1 dan ook van rechtswege mede betrekking op besluit 2. Ten aanzien van het verzoek van eiser tot veroordeling van verweerder in de proceskosten voor 1,5 punt, voegt verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank.
4. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb heeft het bezwaar of beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.
5. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het beroep tegen besluit 1 mede betrekking heeft op besluit 2. Eiser had dus geen tweede beroep hoeven indienen. Voor de toekenning van 2 procespunten is daarom geen aanleiding.
6. De rechtbank oordeelt dat in dit geval toekenning van 1,5 procespunt wel op zijn plaats is. Verweerder heeft immers in het besluit 1 de relevante elementen over zijn politieke activiteiten en de daaruit ondervonden problemen niet meegewogen, wat de reden is geweest om het beroep aan te houden. Op een wezenlijk onderdeel van de asielaanvraag heeft nieuwe besluitvorming plaatsgevonden. De rechtbank ziet daarom aanleiding om 1,5 procespunt toe te kennen. Hierbij acht de rechtbank mede van belang dat verweerder in het verweerschrift van 31 januari 2022 zelf erkent dat het besluit 1 een gebrek heeft en daar zelf ook de optie noemt van een bestuurlijke lus.
7. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op
€ 1.138,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na een bestuurlijke lus met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.138,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 oktober 2022

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.