ECLI:NL:RBDHA:2022:15046
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens uitspraak op beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoekster, samen met haar minderjarige kind, beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De grond hiervoor was dat Denemarken verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van haar aanvraag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld op 25 oktober 2022, samen met een gerelateerde zaak. Tijdens de zitting waren beide partijen vertegenwoordigd, en er was een tolk aanwezig.
De voorzieningenrechter overweegt dat op dezelfde dag als de uitspraak op het beroep is gedaan, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet meer nodig is. Om die reden wordt het verzoek afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan.