ECLI:NL:RBDHA:2022:15083
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na ongegrondverklaring beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 21 november 2022.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om voorlopige voorziening gedaan om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten totdat het beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 13 december 2022 behandeld, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk in de Georgische taal aanwezig was.
Op dezelfde dag heeft de rechtbank het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Hierdoor is niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, wat betekent dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.M. de Keuning en is in het openbaar uitgesproken op 20 december 2022.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen nadat het beroep van verzoeker ongegrond is verklaard.