ECLI:NL:RBDHA:2022:15093
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld en oordeelt dat de aanvraag terecht niet in behandeling is genomen.
De rechtbank overweegt dat het minderjarige kind van eiseres onlosmakelijk met haar verbonden is en dat Italië ook voor het kind verantwoordelijk is. Hoewel de dochter niet in het claimakkoord staat vermeld, is Italië geïnformeerd over haar komst en zal hiermee rekening worden gehouden. Er is geen noodzaak voor individuele garanties van Italië.
Verder bevestigt de rechtbank dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten opzichte van Italië, zoals ook bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De door eiseres aangevoerde omstandigheden zijn niet zodanig dat dit vertrouwen moet worden doorbroken.
De rechtbank wijst erop dat als eiseres problemen ondervindt in Italië, zij daarover kan klagen bij de bevoegde instanties. De vrees voor verslechterde omstandigheden of discriminatie is onvoldoende onderbouwd. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.