ECLI:NL:RBDHA:2022:15096
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 oktober 2022 besloten deze aanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 1 november 2022 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu op het beroep zelf reeds uitspraak is gedaan in een andere zaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 8 november 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.