ECLI:NL:RBDHA:2022:15110
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak behandeld.
Op 9 november 2022 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.18516), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.