ECLI:NL:RBDHA:2022:15138
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen Dublin-overdracht naar Spanje
Verzoeker, met de Marokkaanse nationaliteit, is in vreemdelingenbewaring en heeft een asielprocedure lopen in Spanje. Na eerdere overdracht aan Spanje is tegen een nieuw overdrachtsbesluit beroep ingesteld. Verzoeker vordert een voorlopige voorziening om overdracht te voorkomen en de Nederlandse beroepsprocedure af te wachten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijke vertrouwensbeginsel en dat de situatie in Spanje geen schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. De aangevoerde gronden zijn onvoldoende onderbouwd met individuele feiten. Ook is de hoorplicht naar behoren nageleefd tijdens het vertrekgesprek.
Omdat het beroep van verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft en het spoedeisend belang aanwezig is, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht naar Spanje wordt afgewezen.