ECLI:NL:RBDHA:2022:15139
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen toegangsweigering en vrijheidsbeperkende maatregel Koninklijke Marechaussee
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een besluit van de Koninklijke Marechaussee (KMar) om de toegang tot Nederland te weigeren en een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen aan verzoeker, die de Congolese nationaliteit bezit en een verblijfsstatus in Japan heeft. Verzoeker wilde Nederland bezoeken voor vakantie, maar beschikte niet over volledige hotelreserveringen voor de gehele verblijfsduur.
Verzoeker stelde dat het administratief beroep redelijke kans van slagen had omdat hij slechts kort Amsterdam wilde bezoeken tijdens een overstap en later zijn hotelovernachtingen zou boeken. Ook voerde hij onzorgvuldigheden aan bij de KMar, zoals vertraagde verstrekking van besluiten en problemen met de tolk.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zich terecht baseerde op het ontbreken van passende documentatie conform artikel 6, lid 1, onder c van de Vreemdelingenwet 2000 en de Schengengrenscode. Het ontbreken van volledige reserveringen en tegenstrijdige verklaringen over het reisdoel rechtvaardigen de toegangsweigering. De cumulatieve voorwaarden van de Schengengrenscode maken dat het administratief beroep geen redelijke kans van slagen heeft.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter vond geen aanleiding om de overige aangevoerde gronden te bespreken en wees het verzoek zonder proceskostenveroordeling af. De uitspraak is bindend en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de toegangsweigering en vrijheidsbeperkende maatregel is afgewezen.