Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, die stelt Marokkaanse en Tunesische nationaliteit te hebben, maar tijdens de procedure verklaarde Algerijnse nationaliteit te bezitten, werd op 1 november 2022 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de gronden 3c, 4c en 4d niet van toepassing waren, omdat hij Nederland na afwijzing van asielbeschikkingen had verlaten en in België een vaste verblijfplaats en inkomen had.
De rechtbank oordeelde dat de niet-bestreden gronden 3a, 3b en 4a voldoende waren om de maatregel te dragen. Tevens stelde de rechtbank vast dat eiser geen rechtmatig verblijf in België had, geen verblijfsaanvraag had ingediend en een inreisverbod van acht jaar had gekregen. De stellingen over een verblijfsprocedure in België werden onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank beoordeelde dat geen lichter middel dan bewaring doeltreffend was, gelet op het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken. Ook de ambtshalve toetsing leidde niet tot het oordeel dat de maatregel onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.