ECLI:NL:RBDHA:2022:15163

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 oktober 2022
Publicatiedatum
8 februari 2023
Zaaknummer
NL22.19434
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag Tunesische nationaliteit

Verzoeker, een Tunesische staatsburger, heeft een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker zou nog een gevangenisstraf van één jaar in Tunesië moeten uitzitten en vreest terugkeer vanwege bedreigingen van een tegenpartij en diens familie.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker een begin van bewijs heeft geleverd met kopieën van documenten over de openstaande gevangenisstraf, hoewel de originele stukken nog ontbreken. Verzoeker krijgt daarom de gelegenheid deze originele documenten te overleggen en te laten onderzoeken op authenticiteit.

Gezien de detentieomstandigheden in Tunesië en het eerdere verblijf van verzoeker in detentie, kan niet worden uitgesloten dat het besluit een motiveringsgebrek bevat. Daarom wordt het bestreden besluit geschorst en mag verzoeker niet worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.

Daarnaast wordt de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.19434
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Spel),

en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. L.M.F. Verhaegh).

Procesverloop

Bij besluit van 27 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast heeft verweerder aan verzoeker geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek verleend. Verweerder heeft tevens aan verzoeker een vertrektermijn onthouden, zodat hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL22.19433, op 20 oktober 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer A. Biada. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft de Tunesische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1994.
2. Verzoeker heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij in 2007 problemen heeft gekregen met een medeleerling op school en dat hij naar deze jongen een steen heeft gegooid. Als gevolg daarvan is verzoeker in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar. Hij moet deze straf nog uitzitten in Tunesië. Verzoeker heeft verder aangegeven dat hij ook niet terug kan naar Tunesië, omdat hij te vrezen heeft van de familie van [A] en van [A] zelf. [A] heeft verzoeker in Nederland meermaals met een mes gestoken. [A] en zijn familie nemen het verzoeker kwalijk dat hij hiervan
aangifte heeft gedaan. Familieleden van [A] hebben familieleden van verzoeker in Tunesië in dit verband opgezocht.
3. Het asielrelaas van verzoeker bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
4. de identiteit, nationaliteit en herkomst;
5. de openstaande gevangenisstraf van één jaar; en
6. de steekpartij in Nederland en de daaruit voortvloeiden problemen in Tunesië.
4. Verweerder heeft zich hierover op het standpunt gesteld dat de verklaringen van verzoeker omtrent zijn identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig worden geacht. Verweerder acht niet geloofwaardig dat verzoeker nog een openstaande gevangenisstraf heeft van één jaar. Verder acht verweerder de steekpartij in Nederland geloofwaardig, maar acht verweerder de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig. Daarnaast heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat Tunesië wordt beschouwd als een veilig land van herkomst en dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat Tunesië ten aanzien van hem zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.
5. In de beroepsfase heeft verzoeker twee kopieën van documenten overgelegd ter onderbouwing van zijn stelling dat hij in Tunesië nog een openstaande gevangenisstraf heeft van één jaar. Verzoeker heeft aangegeven dat hij nog niet beschikt over de originele documenten. Door een onjuiste adressering zouden deze stukken hem niet hebben bereikt. Verzoeker heeft zijn familie verzocht om de documenten opnieuw te versturen. De gemachtigde van verzoeker tracht via de advocaat van verzoeker in Tunesië ook in het bezit van de bewuste documenten te komen. Tevens heeft zij de Tunesische advocaat verzocht om een toelichting te geven op de inhoud en strekking van de documenten. Verzoeker heeft aangevoerd dat Tunesië voor hem geen veilig land van herkomst is gelet op de detentieomstandigheden.
6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker aan de hand van de, gedeeltelijk vertaalde, kopie-documenten een begin van bewijs heeft geleverd van zijn stelling dat hij in Tunesië nog een gevangenisstraf van één jaar dient uit te zitten. De voorzieningenrechter acht het van belang dat verzoeker de gelegenheid krijgt om de originele documenten over te leggen en zo nodig te laten onderzoeken op authenticiteit. Het kan zijn dat verzoeker erin slaagt om aannemelijk te maken dat het om authentieke documenten gaat én hieruit afdoende blijkt dat hem bij terugkeer in Tunesië inderdaad nog een gevangenisstraf van één jaar boven het hoofd hangt. Verweerder zal zich dan nader moeten uitlaten over de vraag of Tunesië specifiek voor verzoeker een veilig land van herkomst is. Dit gelet op de detentieomstandigheden in Tunesië en het feit dat verzoeker eerder al enkele jaren in Tunesië in detentie heeft doorgebracht.1 Gelet hierop kan de voorzieningenrechter niet op voorhand uitsluiten dat aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek kleeft.
7. Daarom heeft verzoeker er belang bij om de uitkomst van het beroep in Nederland te kunnen afwachten. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag
1. Vgl. de uitspraak van deze rechtbank van 16 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:12639.
worden uitgezet totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist. Partijen worden nog geïnformeerd over de voortgang van de beroepsprocedure.
8. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat is beslist op het beroep;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.518,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van L.S. Lodder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 oktober 2022

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.