ECLI:NL:RBDHA:2022:15208

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 oktober 2022
Publicatiedatum
9 februari 2023
Zaaknummer
NL22.19162
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 5.1b Vreemdelingenbesluit
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen maatregel bewaring wegens onttrekking aan toezicht vreemdelingen

Eiser, een Braziliaanse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 24 september 2022 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege het risico dat hij zich aan het toezicht zou onttrekken.

Eiser voerde aan dat hij zich niet aan het toezicht had onttrokken omdat hem geen meldplicht was opgelegd en hij geen afspraken had gemaakt met de overheid. Tevens stelde hij dat hij in 2014 was teruggekeerd naar Brazilië conform een terugkeerbesluit uit 2013.

De rechtbank oordeelde dat eiser zich door het niet melden van zijn illegaal verblijf wel degelijk aan het toezicht had onttrokken en dat hij niet kon aantonen dat hij aan het terugkeerbesluit had voldaan. De gronden voor de maatregel van bewaring waren daarmee voldoende onderbouwd.

Ook het verweer dat een lichter middel had moeten worden toegepast werd verworpen, omdat de omstandigheden het risico op onttrekking rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.19162
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. D. Gürses),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).

Procesverloop

Bij besluit van 24 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 3 oktober 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen L.M. Barroso F. R. da Silva. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft de Braziliaanse nationaliteit en is geboren op [1977] .
2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van
het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;
4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld; 4f. arbeid heeft verricht in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen. Ter zitting heeft verweerder de lichte grond 4e laten vallen.
3. Ten aanzien van de zware gronden voert eiser aan dat hij zich niet heeft gemeld toen hij illegaal in Nederland was omdat hem geen meldplicht was opgelegd en hij geen andere afspraken met verweerder had gemaakt. Hij heeft zich dan ook niet aan het toezicht onttrokken, als bedoeld in de zware grond 3b. Verder heeft eiser voldaan aan het eerdere terugkeerbesluit dat hem op 9 mei 2013 is opgelegd omdat hij in 2014 is teruggereisd naar Brazilië.
4. De rechtbank overweegt als volgt. Door geen melding te maken van zijn illegaal verblijf in Nederland, heeft eiser zich onttrokken aan het toezicht op vreemdelingen, als bedoeld in de zware grond 3b. Daarnaast kan eiser niet aantonen dat hij in 2014 gevolg heeft gegeven aan het terugkeerbesluit van 9 mei 2013. Verweerder mocht er dan ook vanuit gaan dat eiser hieraan geen gevolg heeft gegeven. De beroepsgrond slaagt niet.
5. De zware gronden 3b en 3c kunnen de maatregel van bewaring al dragen en daarmee is het significante risico dat eiser zich aande overdracht zal onttrekken gegeven. De beroepsgrond slaagt niet.
Lichter middel
6. Eiser voert aan dat verweerder had kunnen volstaan met het opleggen van een lichter middel.
7. De rechtbank overweegt als volgt. De gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag liggen geven in beginsel het risico op onttrekking aan het toezicht op vreemdelingen. Verweerder heeft daarnaast meewogen dat eiser lange tijd in Nederland is, dat hij altijd heeft gewerkt en dat hij veel vrienden heeft. De beroepsgrond slaagt niet.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr.
M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
06 oktober 2022

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.