Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse EU-burger, werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld als niet-rechtmatig verblijvend in Nederland op grond van het Unierecht. Dit leidde tot een verwijderingsmaatregel. Eiser voerde aan dat hij wel rechtmatig verblijf had omdat hij werkzaam was als zelfstandige en affiniteit met de Nederlandse arbeidsmarkt had, en betwistte de vertrektermijn en belangenafweging.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van economische activiteit of een reële kans op werk, en dat hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, een zwervend bestaan leidt en betrokken is geweest bij strafbare feiten. De belangenafweging viel daardoor in het nadeel van eiser uit. De rechtbank stelde vast dat de vertrektermijn van 30 dagen correct was toegepast en dat verweerder geen actieve informatieplicht heeft over de wijze van effectieve verblijfsbeëindiging.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de verwijderingsmaatregel en de toepassing van het EU-verblijfsrecht in deze zaak.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van geen rechtmatig verblijf en de verwijderingsmaatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.