ECLI:NL:RBDHA:2022:15238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen plaatsing in HTL en oplegging artikel 56-maatregel
Eiser, met de Egyptische nationaliteit, werd op 17 september 2022 geplaatst in een Handhaving en Toezichtlocatie (HTL) en kreeg op 22 september 2022 een maatregel van beperking van de vrijheid van beweging opgelegd volgens artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser maakte bezwaar tegen beide besluiten en stelde onder meer dat hij psychologische hulp nodig had en dat de maatregel feitelijk een vrijheidsontneming betrof zonder geldige rechtsgrond.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) voldoende was gemotiveerd, mede vanwege meerdere incidenten waarbij eiser mensen had lastiggevallen en bedreigd. Psychologische hulp is volgens de rechtbank beschikbaar binnen de HTL. De rechtbank verwierp het verweer dat sprake was van vrijheidsontneming, omdat de ervaringen van eiser niet objectief waren onderbouwd.
Verder stelde eiser dat de maatregel onvoldoende was gemotiveerd ten aanzien van zijn medische en persoonlijke omstandigheden en dat er geen evaluatiemoment had plaatsgevonden binnen vier weken. De rechtbank vond dat verweerder terecht naar het COA-besluit verwees en dat nog geen vier weken waren verstreken sinds plaatsing, zodat het ontbreken van een evaluatie geen onrechtmatigheid opleverde.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen het besluit tot plaatsing in de HTL kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, maar tegen de artikel 56-maatregel staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de plaatsing in de HTL en de artikel 56-maatregel ongegrond.