ECLI:NL:RBDHA:2022:1524
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak asielaanvraag Oezbeekse Nurchilar-beweging
Verzoeker, afkomstig uit Oezbekistan, heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. De afwijzing is gebaseerd op het feit dat verzoeker wordt geacht deel te nemen aan de Nurchilar-beweging, een organisatie die in Nederland verboden is.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 9 december 2021 behandeld, waarbij partijen zijn gehoord en een tolk aanwezig was.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede vanwege de inhoudelijke beoordeling in een parallelle zaak (NL21.18127) die op dezelfde dag is uitgesproken. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.