ECLI:NL:RBDHA:2022:15245
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening met Italië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening (EU) nr. 604/2013, die bepaalt dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland heeft Italië verzocht de asielaanvraag over te nemen, en Italië heeft dit verzoek aanvaard.
Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet meer geldt vanwege wetswijzigingen in Italië in 2020 en de problematische situatie voor Dublin-terugkeerders. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin het vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië is bevestigd, en stelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat in zijn geval hiervan moet worden afgeweken.
De rechtbank weegt mee dat rapporten van SFH/OSAR uit 2019 en 2021, die de situatie na het wetsdecreet 130/2020 beschrijven, zijn meegewogen in eerdere uitspraken en geen aanleiding geven het vertrouwensbeginsel te verwerpen. Italië garandeert met het claimakkoord de behandeling van het asielverzoek conform Europese richtlijnen. Eiser kan bij problemen terecht bij Italiaanse autoriteiten, ondanks zijn eerdere mishandeling daar. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.