Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.518,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Tegelijkertijd met het beroep heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 18 oktober 2022 behandeld. Omdat de bodemzaak inmiddels is beslist, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de Staatssecretaris tot betaling van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt voor de beroepsmatige rechtsbijstand, vastgesteld op € 1.518,-. Deze kosten worden betaald aan de rechtsbijstandverlener omdat verzoeker een toevoeging heeft ontvangen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange en griffier M.A.W.M. Engels op 21 oktober 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 1.518,- aan proceskosten.