Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische vreemdeling, was in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een overdrachtsbesluit op basis van de Dublinverordening. De bewaring is inmiddels opgeheven, waarna eiser schadevergoeding vorderde wegens vermeende onrechtmatigheid van de bewaring.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest. Verweerder stelde dat de maatregel noodzakelijk was wegens risico op onderduiken en dat er zicht was op overdracht aan Italië binnen de wettelijke termijn. Eiser betwistte niet de feitelijke gronden, maar voerde aan dat hij nooit in Italië asiel had aangevraagd en niet zou meewerken aan een covid-test die onderdeel was van de overdracht.
De rechtbank oordeelde dat het zicht op overdracht binnen een redelijke termijn aanwezig was, aangezien de overdracht gepland stond op 8 februari 2022 en de uiterlijke termijn op 9 februari 2022 afliep. Het weigeren van medewerking aan de covid-test maakte de bewaring niet onrechtmatig, mede omdat verweerder de maatregel direct heeft opgeheven toen duidelijk werd dat de overdracht niet kon doorgaan.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring wordt afgewezen.