ECLI:NL:RBDHA:2022:15270
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de brief van 19 oktober 2022 waarin de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de uiterste overdrachtstermijn onder de Dublinverordening verlengde tot achttien maanden. Verzoeker betoogt dat Nederland de aangewezen lidstaat is en dat de verlenging onrechtmatig is omdat hij niet ondergedoken was. De Staatssecretaris stelt dat de brief geen besluit is en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, omdat deze geen nieuwe rechtsgevolgen introduceert ten opzichte van het eerdere overdrachtsbesluit. Ook is geen sprake van een feitelijke handeling waartegen een rechtsmiddel openstaat. Verzoeker kan zijn bezwaar tegen de verlenging aanvoeren in een opvolgende asielaanvraag en eventueel beroep instellen tegen een weigering daarvan.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De geplande overdracht van verzoeker staat gepland op 13 december 2022.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de brief geen besluit of feitelijke handeling is.