Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Rectificatie p. 4
Procesverloop
Overwegingen
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Braziliaanse nationaliteit, kreeg een tijdelijke verblijfsvergunning onder de beperking 'humanitair tijdelijk' vanwege een aangifte mensenhandel. Het Openbaar Ministerie besloot echter het strafrechtelijk onderzoek naar mensenhandel voortijdig te beëindigen omdat niet aan de delictsomschrijving werd voldaan, waarna de Staatssecretaris haar verblijfsvergunning introk met terugwerkende kracht en haar aanvraag tot wijziging naar een niet-tijdelijke humanitaire verblijfsvergunning afwees.
Eiseres voerde aan dat verweerder een zelfstandige beoordeling van haar mensenhandelrelaas had moeten maken en dat dwang niet vereist zou zijn voor mensenhandel. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het oordeel van het OM mocht volgen en dat dwang wel een vereiste is volgens de wet en jurisprudentie. Ook stelde eiseres dat de hoorplicht was geschonden omdat zij niet werd gehoord in bezwaar, maar de rechtbank vond dat dit niet nodig was gezien de duidelijke conclusie van het OM.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd de griffierechtvrijstelling toegekend vanwege het ontbreken van inkomen en het verlies van verblijfsrecht. De rechtbank bevestigde dat de beoordeling van de aannemelijkheid van het mensenhandelrelaas mede gebaseerd mag zijn op het oordeel van het OM en dat verweerder niet verplicht was een eigen, zelfstandige beoordeling te maken.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wegens beëindigd strafrechtelijk onderzoek naar mensenhandel wordt ongegrond verklaard.