ECLI:NL:RBDHA:2022:15309
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit
Eiser, die stelt van Gambiaanse nationaliteit te zijn, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelt of deze afwijzing terecht is op grond van ongeloofwaardige en tegenstrijdige verklaringen over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst.
De staatssecretaris baseerde het besluit op artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij werd vastgesteld dat eiser inconsistenties vertoonde in zijn verklaringen over zijn geboorteplaats (Kinshasa versus Brazzaville), nationaliteit (Gambiaanse nationaliteit ondanks vaders en moeders afkomst elders) en woonplaats. Eiser kon deze tegenstrijdigheden niet plausibel uitleggen en leverde geen ondersteunende documenten.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de verklaringen terecht ongeloofwaardig heeft geacht en dat daardoor het asielrelaas niet inhoudelijk hoeft te worden beoordeeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit.