Uitspraak
1.Het verzoek tot aanvulling
2.De beoordeling
Overuren
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de werknemer een verzoek ingediend tot aanvulling van de beschikking van 26 september 2022, omdat een beoordeling over een vergoeding van 334 overuren ontbrak. De werkgever verzocht het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren of af te wijzen.
De kantonrechter constateerde dat de oorspronkelijke beschikking geen inhoudelijke beoordeling bevatte over de overuren, waardoor aanvulling op grond van artikel 32 Rv Pro gerechtvaardigd was. Echter, de vordering tot vergoeding van 334 overuren was slechts één werkdag voor de mondelinge behandeling ingediend zonder feitelijke onderbouwing. Een verwijzing naar producties volstond niet.
De kantonrechter oordeelde dat een vordering een duidelijke feitelijke grondslag moet hebben en dat het ontbreken hiervan leidt tot afwijzing. De vordering werd daarom afgewezen. De beschikking van 26 september 2022 werd aangevuld met deze afwijzing en verder gehandhaafd.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van 334 overuren wordt afgewezen wegens het ontbreken van een feitelijke onderbouwing.