ECLI:NL:RBDHA:2022:15318
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie transitievergoeding wegens te late aanvraag
Eiseres, een vennootschap onder firma, verzocht het UWV om compensatie van een aan een ex-werknemer betaalde transitievergoeding. Het UWV wees dit verzoek af omdat de aanvraag te laat was ingediend, namelijk na de uiterste datum van 1 oktober 2020. Eiseres stelde dat er sprake was van een uitzonderlijke situatie door corona en onduidelijke communicatie over de termijnen.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke regeling en de bijbehorende Regeling compensatie transitievergoeding duidelijk voorschrijven dat aanvragen die te laat worden ingediend, moeten worden afgewezen. De omstandigheden van eiseres, waaronder het niet afmaken van de aanvraag vanwege corona en het bollenseizoen, bieden geen grond om van deze regeling af te wijken.
Ook het argument dat de uiterste datum niet duidelijk was gecommuniceerd, werd niet aanvaard. De rechtbank benadrukte dat er geen wettelijke plicht bestaat voor het UWV om alle potentiële aanvragers te informeren over de termijnen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de compensatieaanvraag wegens te late indiening is ongegrond verklaard.