ECLI:NL:RBDHA:2022:15358

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 december 2022
Publicatiedatum
16 februari 2023
Zaaknummer
NL22.20459
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na beslissing op beroep

Verzoekster, samen met haar twee minderjarige kinderen, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond op 4 oktober 2022.

Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Tevens heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om de afwijzing tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld op 15 november 2022, samen met de hoofdzaak waarin op het beroep is beslist. Omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep (zaaknummer NL22.20458), is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier M.L. Bressers op 9 december 2022.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.20459
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

en haar twee minderjarige kinderen
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2]
(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.F. van der Lubbe).

Procesverloop

Bij besluit van 4 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL22.20458, op 15 november 2022 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A.K. Myata. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.20458, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
09 december 2022

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.