ECLI:NL:RBDHA:2022:15402
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij buiten behandeling stellen verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, een Iraakse nationaliteit dragende persoon, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde deze aanvraag bij besluit van 29 november 2022 buiten behandeling. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het hoofdberoep op 22 december 2022, waarbij partijen niet verschenen. Omdat op hetzelfde moment uitspraak werd gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL22.24802), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 30 december 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag is afgewezen.