ECLI:NL:RBDHA:2022:15423
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en gezinsleden buiten lidstaten
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat artikel 6 van Pro de Dublinverordening toegepast moet worden vanwege het belang van zijn jonge kinderen om in Nederland op te groeien.
De rechtbank oordeelt dat de Dublinverordening alleen van toepassing is op asielzoekers binnen de aangesloten lidstaten en niet op gezinsleden die buiten deze lidstaten verblijven. De kinderen van eiser hebben geen asielaanvraag ingediend en vallen daarom niet onder de verordening. Het beroep van eiser op artikel 6 faalt Pro omdat dit artikel niet van toepassing is op zijn situatie.
Verder is het voor rekening van eiser dat hij in strijd met de Dublinverordening uit Oostenrijk is vertrokken en in Nederland een nieuwe procedure moet starten. De rechtbank ziet geen reden om artikel 17, lid 1, van de Dublinverordening toe te passen om de asielaanvraag in behandeling te nemen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.