ECLI:NL:RBDHA:2022:15437
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding wegens te late besluitvorming in vreemdelingenzaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Op 30 september 2022 heeft de verweerder alsnog een inwilligend besluit genomen, waarop het beroep mede gericht werd. Vervolgens heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit terecht was ingesteld en dat verweerder te laat heeft beslist. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €379,50, waarbij rekening is gehouden met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het geschil. De rechtbank doet geen inhoudelijke uitspraak over het beroep zelf, aangezien dit is ingetrokken.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan proceskosten wegens te late besluitvorming.