ECLI:NL:RBDHA:2022:15452
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Zweden volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder dat eiser aanwezig was.
Eiser vreesde dat terugkeer naar Zweden zou leiden tot uitzetting naar Gaza, wat indirect refoulement zou betekenen. Hij overlegde een uitspraak van de rechtbank Göteberg, maar zonder vertaling of bewijs dat uitzetting daadwerkelijk zou plaatsvinden. Zweden heeft een claimakkoord gesloten waarin garanties zijn opgenomen dat een nieuwe asielaanvraag wordt behandeld conform internationale verdragen.
Daarnaast stelde eiser dat Nederland op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening zijn aanvraag inhoudelijk had moeten behandelen vanwege zijn individuele omstandigheden, waaronder zijn psychische gesteldheid. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende onderbouwd waren om toepassing van de hardheidsclausule te rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Het vonnis is gewezen door rechter B. Fijnheer en griffier E. Mulder op 7 december 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.