ECLI:NL:RBDHA:2022:15500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielaanvragen aan Oostenrijk op grond van Dublinverordening
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eisers stelden dat het belang van hun minderjarige kind, met name vanwege traumatische ervaringen en stress, onvoldoende is meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat Oostenrijk verantwoordelijk is en dat eisers de bescherming van Oostenrijkse autoriteiten kunnen inroepen bij onveiligheid. Er is onvoldoende onderbouwing dat deze bescherming niet effectief zou zijn of dat overdracht onevenredige hardheid oplevert.
Hoewel het kind klachten vertoont zoals slecht slapen en bedplassen, acht de rechtbank deze omstandigheden niet ernstig genoeg om af te wijken van de overdracht. De binding met Nederland is nog niet sterk genoeg en de zorg in Oostenrijk wordt als vergelijkbaar beschouwd.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de overdracht van de asielaanvragen aan Oostenrijk.