Verzoeker is op 7 juli 2022 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vanwege het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Op 21 september 2022 heeft de Staatssecretaris alsnog een besluit genomen. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat bij overschrijding van de beslistermijn en het alsnog nemen van een besluit na het instellen van beroep, vergoeding van proceskosten aan verzoeker toekomt. Verweerder heeft aangegeven bereid te zijn een bedrag van €379,50 te vergoeden, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.
De rechtbank kent de proceskostenvergoeding toe van €379,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €759,- en de genoemde wegingsfactor. Er zijn geen overige kosten die vergoed kunnen worden. Verweerder wordt veroordeeld dit bedrag aan verzoeker te betalen.