ECLI:NL:RBDHA:2022:15555
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak tegen weigering asielverblijfsvergunning
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en is tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft de zaken op 25 oktober 2022 behandeld, waarbij verzoekers en hun gemachtigde niet zijn verschenen. De gemachtigde van de verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan op het beroep, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier T.R. Oosterhoff - Vos op 28 oktober 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af wegens de verantwoordelijkheid van Frankrijk voor de asielprocedure.