ECLI:NL:RBDHA:2022:15569
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak
Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor wijziging van het verblijfsdoel van haar verblijfsvergunning naar verblijf als gezins- of familielid, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen in het primaire besluit van 24 juni 2021. Het bezwaar tegen dit besluit is eveneens ongegrond verklaard in het besluit van 16 december 2021.
Verzoekster heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. Tijdens de mondelinge behandeling op 8 augustus 2022 is vastgesteld dat er geen connex bodemprocedure is ingesteld, hetgeen een vereiste is voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is het verzoek tot vrijstelling van griffierecht toegewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een connex bodemprocedure.