ECLI:NL:RBDHA:2022:15604
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Verzoekster is op 16 februari 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Op 25 februari 2022 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank besloot partijen niet uit te nodigen voor een zitting omdat dit niet nodig was volgens artikel 8:54 van Pro de Awb. Verweerder bood aan het griffierecht te vergoeden en stemde in met een proceskostenvergoeding. De rechtbank wees op grond van artikel 8:41 Awb Pro het griffierecht van €181 toe en kende daarnaast een vergoeding van €379,50 toe, gebaseerd op de waardering van het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten en het griffierecht aan verzoekster. Er werden geen andere kosten vergoed omdat de zaak uitsluitend draaide om de overschrijding van de beslistermijn.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekster wegens overschrijding van de beslistermijn.