ECLI:NL:RBDHA:2022:15650
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank bij beëindiging opvang kwetsbare uitgeprocedeerde asielzoeker
Eiser, een kwetsbare uitgeprocedeerde asielzoeker die opvang geniet bij een expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen, kreeg te horen dat zijn opvang per 23 juni 2022 wordt beëindigd. Hij maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek en het beroep gelijktijdig.
De asielaanvraag van eiser was reeds afgewezen en het beroep daartegen ongegrond verklaard, waardoor de rechtsgevolgen van de afwijzing, waaronder het beëindigen van de opvang, van rechtswege intreden. De mededeling van verweerder dat de opvang wordt beëindigd, is volgens de rechtbank geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar een feitelijke uitvoering van het afwijzend asielbesluit.
Daarom staat er geen rechtsmiddel open tegen deze mededeling en is de rechtbank onbevoegd om van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening kennis te nemen. Eiser wordt geadviseerd een verzoek tot opvang in te dienen bij verweerder met vermelding van bijzondere omstandigheden. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de opvang.