Eiseres, van Saoedi-Arabische nationaliteit, werd op 21 december 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De maatregel werd op 1 februari 2022 opgeheven, maar eiseres stelde dat dit te laat was.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring uiterlijk op 31 januari 2022 beëindigd had moeten zijn, waardoor de opheffing op 1 februari te laat was. Verweerder erkende deze nalatigheid en stemde in met een schadevergoeding voor deze ene dag onrechtmatige vrijheidsontneming.
De rechtbank achtte de beroepsgrond gegrond en veroordeelde de Staat tot betaling van €100,- schadevergoeding en €759,- aan proceskosten. De uitspraak is definitief en openbaar gemaakt op 16 februari 2022.