ECLI:NL:RBDHA:2022:15699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. Koper
- C.M. van der Kleijn
- R. Wortelboer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling klachten en schadevergoeding bij verplichte zorg onder Wvggz
Verzoekster diende klachten in tegen GGZ Rivierduinen over haar verplichte opname en behandeling van 30 januari tot 18 februari 2021, en verzocht tevens om schadevergoeding. De klachten betroffen onder meer onrechtmatige wilsonbekwaamheidsverklaring, onvoldoende dossierregistratie, onrechtmatige toepassing van verplichte zorg en schending van procedurele rechten.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende aanwijzingen waren voor een psychotische decompensatie en ernstig nadeel, rechtvaardigend de verplichte zorg en opname. De zorgaanbieder handelde proportioneel, subsidiariteit en doelmatigheid waren gewaarborgd. Slechts één klacht over het niet tijdig verstrekken van het besluit tot verplichte zorg aan de advocaat werd gegrond verklaard.
Verzoekster vorderde schadevergoeding van GGZ Rivierduinen, de Staat en het Openbaar Ministerie. De rechtbank wees de schadevergoedingen grotendeels af wegens onvoldoende causaliteit en rechtmatigheid van handelen, behalve een billijke vergoeding van €80 wegens overschrijding van de wettelijke beslistermijn door de rechter. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en tegen de uitspraak staat cassatie en hoger beroep open.
Uitkomst: Klacht gegrond verklaard over niet verstrekken besluit aan advocaat, overige klachten en schadevergoedingsverzoeken afgewezen, Staat veroordeeld tot €80 schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.