ECLI:NL:RBDHA:2022:15749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië
Eiser, een Russische nationaliteit houdende persoon, diende op 18 oktober 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling, conform de Dublinverordening. Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer kon worden toegepast vanwege de slechte situatie van asielzoekers in Italië, onderbouwd met diverse rapporten en persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn medische aandoening scoliose.
De rechtbank stelde vast dat het uitgangspunt blijft dat Italië zijn verdragsverplichtingen nakomt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Italië een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling. Recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat het vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië nog steeds geldt. Ook de medische omstandigheden van eiser rechtvaardigen geen uitzondering, aangezien niet is gebleken dat hij niet kan reizen of dat zijn gezondheid ernstig zal verslechteren bij overdracht.
Verder oordeelde de rechtbank dat het feit dat eiser vrienden in Nederland heeft en zijn wens om zelfstandig te vertrekken geen aanleiding geeft om het besluit te wijzigen. De vertrektermijn werd terecht achterwege gelaten vanwege de opgelegde vrijheidsontnemende maatregel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.