ECLI:NL:RBDHA:2022:15878
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening is vastgesteld dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Nederland heeft een verzoek tot overname van de asielaanvraag aan Roemenië gedaan, dat is aanvaard. Eiser stelde dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vereist is omdat hij geen vertrouwen heeft in de Roemeense asielprocedure, mede vanwege een aanzegging dat hij terug moet naar Jemen als hij niet aan zijn studie begint. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast.
De rechtbank verwijst naar het claimakkoord tussen Nederland en Roemenië waarin is gegarandeerd dat Roemenië de asielaanvraag inhoudelijk zal behandelen en de internationale verplichtingen, waaronder het refoulementverbod, zal respecteren. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.