Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige](gemachtigde: mr. F. van Dijk),
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland vanwege een incident in 2006 waarbij zij werd verkracht en een abortus onderging, en vanwege armoedige leefomstandigheden in Nigeria. Verweerder wees het verzoek af omdat eiseres niet aannemelijk maakte dat zij bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade loopt.
De rechtbank oordeelde dat de economische situatie in Nigeria niet relevant is voor vluchtelingenstatus en dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat zij tot een beschermde sociale groep behoort. Ook werd vastgesteld dat zij sinds het incident geen problemen ondervond en in 2017 vrijwillig terugkeerde zonder problemen. Haar verblijf in Italië zonder asielaanvraag ondermijnt de noodzaak voor bescherming.
Verder werd geoordeeld dat er geen sprake is van gezinsleven tussen de zoon van eiseres en zijn vader in Nederland dat zwaarwegend genoeg is om verblijf te rechtvaardigen. De belangenafweging weegt het restrictieve toelatingsbeleid van Nederland zwaarder. Een beroep op het Chavez-Vilchez arrest werd niet ambtshalve meegenomen in deze procedure.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om asiel af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen wegens ontbreken van gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade.